Mijn bezoek aan Australië

Mijn grootste wens als liefhebber van Australische parkieten was ooit eens een natuurreis te maken naar Australië om daar de vogels te bewonderen in hun natuurlijk leefgebied.

In het voorjaar van 2003 had ik het genoegen om bij mij thuis, 4 Australische kwekers te ontvangen. Na verdere contacten met deze kwekers en in samenspraak met mijn vrienden parkietenliefhebbers, Luc, Leo en Henri, is dan de knoop doorgehakt.

Op zondag 30 oktober 2005 zijn we dan richting Australië gevlogen voor een 38 daagse reis door de natuur van Australië. Ook hebben wij aan verschillende kwekers een bezoek gebracht.

Onze route: van Adelaide richting Melbourn, Sidney, Canberra tot Brisbane. Zo hebben we 4 staten doorkruist, nl. South Australia, Victoria, New South Wales en Queensland.

In het totaal hebben wij 8.160 km afgelegd over deze 38 dagen.  

Wij hadden maar 1 hotel op voorhand geboekt, dit was bij aankomst in Adelaide. Voor al de andere dagen was het slaapgelegenheid zoeken waar wij arriveerde. Maar dit was echter geen probleem. Slaapgelegenheid was er in overvloed. Zelfs in het kleinste dorp stond er een motel.

 

Australiërs zijn zeer vriendelijke en gastvrije mensen. Overal zijn we gastvrij en hartelijk ontvangen.

Een reis naar Australië is een aanrader voor iedereen die van natuur en vogels houd.

Er is maar één nadeel, de lange reis. Australië ligt echter niet bij de deur.

Kort reisverslag

De vlucht

Met ons vieren reden wij dan op zondag om 15u30 uur richting Zaventem waar we enkele uren voor vertrek aanwezig moesten zijn voor het inchecken, de douane controle en zo verder.

Om 18u45 gingen we dan richting Londen waar wij na 55 minuten vliegen landen. Daar aangekomen moesten wij in transit tot onze volgende vlucht.

Na strenge controle vlogen we dan om 22 uur (plaatselijke tijd) met een Boeing 747 verder naar Melbourne met een tussenlanding in Singapore. De vlucht naar Singapore duurde 12u20 uur. We kregen 2 maal een maaltijd aangeboden en drank werd doorlopend geserveerd. In Singapore moesten we een uurtje in transit omdat het vliegtuig werd bijgetankt en een klein onderhoud nodig had. Na weer een zeer strenge controle mochten we terug op het vliegtuig en werd onze reis verder gezet.

We vlogen verder richting Melbourne waar we dan op 1 nov. om 6u20, plaatselijke tijd, een verschil van 9,5 uur tegenover onze tijd), na 7 uur vliegen . Daar dan ook weer in transit voor onze vlucht naar Adelaide. In de transithal was ook douane die met speurhonden de hal controleerde. En… Luc had prijs. Een speurhond rook iets verdacht bij de handbagage van Luc en ging tekeer. Luc moest deze openen, en verwonderlijk, de speurhond had een appel opgespoord in zijn handbagage. Resultaat: appel afgeven en het boekje op. In Australië mag men niets van fruit binnen brengen, dit hadden ze afgeroepen in het vliegtuig. Maar Luc was vergeten dat hij nog een appel in zijn handbagage had.

Onze voorziene vlucht naar Adelaide werd afgelast. We moesten de volgende vlucht, een uur later nemen. Op dinsdag 1 november om 10u40, zijn we dan na 1u10 minuten vliegen geland in Adelaide ( maandag 31 oktober zijn wij onderweg ergens verloren).

De totale duur van vertrek in Brussel tot bestemming was 29 uur 35 min. waarvan we 21uur en 25 minuten in de lucht doorbrachten.  

De reis

 

Aangekomen in Adelaide (Staat South Australië) gingen we onze huurauto, een V6 mitsibutshi stationwagen, gaan ophalen en reden we richting hotel. In de namiddag zijn we dan het stadscentrum gaan bezoeken en het stadspark waar we de eerste rosella’s, roodruggen, lorie’s en enkele exotische vogels in het stadspark konden waarnemen.  

De volgende dag, woensdag 2 nov. begonnen we aan onze rondrit. We reden naar Cudlee-Creeck waar we een bezoek brachten aan het George Wildlife Park en verder reden naar Swan Readshe aan de prachtige Murry rivier waar we overnachten. Tijdens deze tocht zagen we in groepjes van 3 à 4 Rosé en geelkuif kaketoe ’s vliegen alsook de Adelaide rosella.

 

Dag 3 – 5 Van Swan Readsch naar Barmera en Red Cliffs.

’S Morgens eerst nog even naar de overkant van de Murry met de overzet waar we nabij een Farm een 100-tal geelkuif kaketoe ’s in de bomen konden bewonderen. Dan verder een bezoek aan de Hr. Matthews, kweker van Lorie’s, zwarte kaketoes, connures en edelpapegaaien. Dan verder naar het golfterrein in Barmera waar we overnachtte en de rosé kaketoe, roodrug en strogeel rosella te zien kregen.

’S Morgens om een uur of 7 bij het buiten komen van ons motel, u zal het niet geloven, maar 150 - 200 rosé kaketoe ’s zaten in het gras op het golfterrein. Onvoorstelbaar.

Na nog wat foto’s genomen te hebben, ging het richting Red Cliffs , in de staat Victoria, voor overnachting. Een rit van 190 km waar we slechts 3 dorpjes(10 à 15 huizen), 6 boerderijen passeerden en voor de rest grote haver- en tarwevelden van 200 tot 300 hectaren groot, afwisselend met wildernis. In de namiddag hebben we het 50 vierkante km Hattah Kuckyne park bezochten. Hier barnards, blue bonnets, roodrug, rosé kaketoe en emoes.

We hebben ook nog 2 kwekers bezocht, één met 165 kooien en hier kregen we de blauwe blauwvleugel te zien.

 

Dag 6 – 7 en 8: Van Red Cliffs naar Hals Cap

Via Ouyen en Horsham reden we naar het Grampians National Park (167.000 hectare groot en bergen tot 1167 m hoog) in Hals Cap. De temperatuur was hier aan de lage kant, 20 °C. De tweede dag hebben daar een flinke regenbui gehad.

Daar hebben we wandelingen gedaan. Een bezoek gebracht aan de waterval Mckenzie en Silver Band, en met de auto een rit van 5 uur door het park gedaan. Tijdens deze rit hebben we nog een omgevallen boom van de weg moeten halen, wilden we verder kunnen met de auto.

S’ morgens en s’ avonds kwamen de kangoeroes tot aan de parking van ons motel. In het dorp langsnavel en geelkuif kaketoes op het grasplein, Lorie ‘s en pennanten in de bomen.

 

Dag 9 en 10: Van Halls Cap naar Ballarat.

Eerst nog een bezoek aan het vroegere leefgebied van de aboriginals waar nog duidelijk de gegraveerde tekeningen in de rotsen te zien waren.

Om 10u30 waren we op onze bestemming. Eerst een motel zoeken. Daarna een bezoek aan de biotic tuin en het meer van Ballarat met zijn zwarte en witte ibissen. Om 17 uur hadden wij een afspraak met kweker, de heer Rob Watson, welke een   prachtige collectie Australische parkieten had. ’S Avonds nodige hij ons uit voor een diner in een restaurant.

De volgende dag had Rob verlof genomen en is met ons naar een twee kwekers geweest. Ongelofelijk wat we hier te zien kregen. Zij hadden kaketoes, alle soorten 40 tot 50 paren en vrijvluchten met jongen. Hierna reden we naar de winery waar Rob werkte. Proeven alom, de Muskat was super.  

Dan ging het verder naar het privé park “Birdworld” van Paul Sperwer.

Paul had over 35 jaar een stuk wildernis aangekocht en heeft over die jaren heen dit zelf eigenhandig en alleen met zijn zoon omgebouwd tot een schitterend vogelpark. Meer dan 150 kooien 7x1,5 x 2,5 meter in aluminium, een vrije vlucht , een voetbalplein groot en tot 10 meter hoog, met daarin een wandelbrug en een prachtige waterval waar hij 4 jaar aan gewerkt heeft. Paul is nu 78 jaar en geeft het nog niet op. Weer is hij bezig met de bouw van 25 vluchten


Dag 11 – 12 – 13 en 14: Van Ballarat tot Frankston.

Vertrek naar Frankston via Geelong tot Queenscliff (een streek van veeteelt), waar we overgezet zijn met de ferry naar Sorrento. Dan verder naar Frankston. In de vroege avond hadden we een afspraak met de heren Habert en Ranking (welke ons de komende 3 dagen begeleide) om deze dagen te plannen tijdens een diner in een Chinees restaurant.

De volgende dag, zaterdag, brachten we een bezoek aan 2 kwekers en bij onze gastheren Ranking en als laatste Harbert, waar we dan ’s avonds uitgenodigd waren op een uitgebreide barbecue.

Die dag hadden we de blauwe blauwvleugel, zwarte en cinnamon zwarte rosella, naretha blue bonnet, rotsparkiet,(om de bijzonderste op te noemen) bij deze kwekers gezien.

Ons eerste bezoek op zondag aan de hr. Marchal was onvoorstelbaar. Kooien van 6x1,5 meter ( niet te tellen, 400 of meer), 5 grote vluchten van 5 x 10 meter en 1 vrije vlucht van 5 are. Hij bezat meer dan 1500 halsbanden in alle kleuren en mutaties, vele paren Rosé kaketoes, ook cinnamon en lutino, pruimkoppen, baardparkieten, grijze roodstaarten, en edel papegaaien.

Naar zijn zeggen, goed voor 7 a 8 ton zaad per jaar.

Dan ging het verder naar het Dondenong N.P.. Rosé – en geelkuif kaketoes kwamen tussen ons lopen. De tocht ging verder naar de Hr. Coock en vielen van de ene verbazing in de andere. Specialiteit: Lorries. Alle soorten en zeer zeldzame mutaties die wij hier niet bezitten (170 kooien), verder 60 paar Rosé-, Inka-, Helm-, zwarte in rood-,wit- en geelstaart kaketoes in kooien van 3 x 8 meter, verschillende edelpapegaaien en 20 paar Twenty-eights, ook in blauw.

Rond de klok van 18u30 reden we naar de Philips Bay waar de pinguïns aan land kwamen. Bij het vallen van de duisternis kwamen daar de pinguïns met honderden aan land om naar hun nest te gaan in de duinen.

Maandag ging ons bezoek naar Healesville park waar een kweekcentrum gevestigd was van de oranjebuik parkiet. Hiervan zouden er maar een 200 tal in de natuur meer voorkomen. Dit kweekprogramma is speciaal opgezet om de jongen terug in de vrije natuur los te laten. Hier mochten we achter de schermen gaan kijken, wat niet voor het plubliek toegankelijk was.

In de namiddag brachten we nog en bezoek aan een kweker die een appelboomgaard had van 15 hectare groot waarop 25.000 bomen stonden. Deze hele oppervlakte was volledig overspannen met een wit gaasnet, zoals de groene die men hier gebruikt om over de bloemen te hangen. Van op een berg te zien één grote witte vlakte. Hij had ook een 200 tal kooien waar we roestkop caique, zonparkieten, Perrura’s, Conure’s en Ficheris.

 

Dag 15 : Van Frankston naar Banella.

In Banella een kweker bezocht welke 52 prachtige kooien had. Deze stonden 1 meter van de grond, had ook nog en grote hal van 4 meter hoog, 20 meter lang en 12 meter breed. Bezat prinsessen, turquoisines, 10 paar grijze roodstaart papegaaien, 10 paar ara’s en 25 paar rosé kaketoes in albino, cinnamon en blauwe. Dan ging het verder naar het aangelegen dorp Albury, waar we dan overnachte en nog en bezoek brachten aan de farm van Bonnie Rise kweker van Australische parkieten waaronder we zeer prachtige zwarte rosella’s en blauwwang rosella te zien kregen.

De eigendom van Bonnie was 225 hectaren groot, had nog 500 schapen, 860 lammeren en een paar honderd koeien.

 

Dag 16: Van Albury naar Temora (staat New South Wales)

S’morgens en bezoek aan de Hun dam, een stuwdam tussen de staat Victoria en New South Wales. Dan verder langs het Hun meer een prachtig landschap (94 km) tot het dorp Malwa. Op deze afstand hadden we welgeteld 6 auto’s en 68 huizen gezien. Verder richting Temora waar we onderweg nog het natuurpark Kosciuszko bezocht hebben. Dit park was 6900 vierkante km groot. Rond 17 uur waren we in het stadje Temora waar we een afspraak hadden met de Hr. Wylie, in zijn krantenwinkel. Ook een van de grote kwekers. Deze had voor ons al voor een motel gezorgd.

Samen reden we dan naar zijn woning, een 20 km verder buiten het stadje.

Bij aankomst werd de barbecue aangestoken om een hapje te eten. Dan de vogels bekijken. De bijzonderste vogels om er enkele te noemen waren twenty-eight in blauw en cinnamon, Albino, bonte en cinnamon rosé kaketoes, cinnamon blue Bonnet. Hij had 120 kooien.

Zijn stukje eigendom was 80 hectare groot

Na nog wat nagebabbeld te hebben bij één ??? glaasje wijn werd ons nog een diner aangeboden zodat we rond de klok van 23 uur naar ons motel reden.

 

Donderdag, dag 17: Van Temora naar Katoomba.

Na de zware avond bij de Hr. Wylie , zijn we wat langer blijven slapen. Om 9 uur hadden we een afspraak aan ons motel met de Hr. Barry Smith, groothandelaar in zaden en granen, vriend van de Hr. Wylie welke ook die avond daar aanwezig was. Barry had tijd vrijgemaakt om met ons nog een 3 tal kwekers te bezoeken. Eerst een bezoek bij hem thuis. Zijn collectie bestond uit Perruras, Aratingas, Connures, Prinssen en Splendids. Dan ging het verder naar een mutatiekweker van Lorries. Regenbogen in cinnamon, olijf, bont en olijfbont, tevens nog vele andere mutaties waar wij alleen maar van kunnen dromen. Dan naar de volgende, Darly Wheel in Bathurst, kweker mutaties roodruggen waaronder de grijsgroene, donker factorig blauw en de platinium.

Om 13u30 waren we rond en ging onze reis verder naar Katoomba, waar we om 16u.45 arriveerde. Motel gezocht aan de rand van het stadje.

Dag 18 -19 en 20 : Katoomba.

Katoomba is een stadje dat ligt op 1000 meter hoogte in het natuurgebied van The Blue Mountens (de blauwe bergen).

De oorsprong begon miljoenen jaren geleden, toen afzettingsgesteenten begonnen te eroderen, ontstonden er steile kliffen en diepe dalen. Het is een zeer uitgestekt natuurgebied met steile rotswanden en ravijnen, regenwouden, dichte eucalyptusbossen, en watervallen. Op de vele uitkijkposten krijg je een onvergetelijk uitzicht over dit prachtige natuur gebied. De Blue Mountens heten zo dankzij de blauwe oliewaas die opstijgt uit de eucalyptusbomen en alzo een blauwe waas

 

 

Op de foto de 3 sisters. Oorspronkelijk waren het er 7 maar 4 van hun zijn afgestorven.

Hier zijn we dan ook 3 dagen gebleven en hebben daar flinke wandelingen gemaakt door de bergen en langs steile rotsen. Het bezoek aan de blauwe bergen was zeker de moeite waard. Wie op reis gaat naar Australië, moet dit zeker bezoeken. 


Dag 21 – 22 en 23: Van Katoomba via Kurri-Kurri naar Tamworth.

Om 7 uur ging de reis door de blue Mountens richting Singleton langs de Hunter vallei naar Kurri-Kurri, een tocht van 310 km.

De Hunter vallei, een zeer prachtige bergachtige streek met tientallen hectaren grote druiventeelt, en veel wijnbrouwers.

Om 13 uur aangekomen in Kurri-Kurri en om 15 uur een bezoek gebracht aan de Hr. Brown. Deze had een 100-tal kooien. Als bijzonderste mutaties had deze de opaline bergparkiet, Lime princess, Bonte bleekkop en een barraband pop met een duidelijke blauwe waas en blauw violette kop. Deze was al 31 jaar oud, heeft veel nakweek gehad maar alleen in poppen. Nog geen enkele man.

Rond de klok van 18 uur reden we dan terug richting motel.

Dinsdag voormiddag een bezoek gebracht aan de Nelson Bay, wandeling gemaakt langs het strand en het aangrenzend park waar koala’s verbleven.

Echter hebben we ze niet kunnen vinden. Ze zijn moeilijk waar te nemen omdat ze hoog in de bomen, tussen de bladeren zitten.

Via Kootingal reden we dan naar Tamworth door een bosrijk gebied.

Om 14u30 hadden we een afspraak met de Hr. Col Gunther, welke een 300 tal kooien had. We hadden afgesproken op een kruispunt waar Col ons kwam oppikken, omdat we anders hem niet zouden vinden. En dat was ook zo, een postbus aan een poort van een weide, poort open, en een 500 meter door de weide stond zijn huis, welke niet te zien was van op de weg.

Deze had allerhande parkieten waaronder de Adelaide in cinnamon en lutino, Bloedvleugel in donkergroen en zeer mooie Blue schecken om de bijzonderste op te noemen.

 

Donderdag dag 24: Van Tamworth via Bellingen naar Grafton.

In de voormiddag in Tamworth het Cathedral Nationaal Park gaan bezoeken waar de pennanten, kangaroe’s en walibie’s tegen kwamen.

Dan verder richting Grafton via Bellingen langs de watervalweg. Langs de ene kant van de weg bergen met vele, zeer mooie watervallen en de andere kant een rivier. Heir regende het juist die namiddag, zodat de watervallen nog meer debiet hadden.

Rond 16u30 arriveerde we in Grafton, waar het weer zonnig was met een temperatuur van 25 °C.

De volgende morgen een bezoek gebracht aan het Yurayir N.P. nabij het dorp Wooli, aan de kust van de South Pacific oceaan, waar we de zwarte geelkuif kaketoes te zien kregen en een zeer mooi strand. Dan terug richting Grafton naar het dorp Camping in het N.P. “Mini Waters”. Hier zagen we lorries in overvloed

Om 14 uur hadden we en afspraak bij de Hr. Neville Conners, een 16 km nabij Grafton. Een gekend kweker in Australië.

Deze had een zeer prachtige, in hoogte verschillen niveaus, aangelegde tuin, zeer goed onderhouden. Een juweel. Daarin stonden een 10 tal blokken van 10 a 15 vluchten per blok. Neville had allerhande mutatie w.o. de cinnamon en gele koning, De blauwcinnamon twenty-eight, de cinnamon yendaya en de Lutino en cinnamon rosé kaketoe.

Ook had hij nog een gemeenschaps volière van 10 bij 15 meter, waarin een sierlijke vijver met rotsen was aangelegd en mooi beplant.

Aan rosé kaketoes had hij geen gebrek, 10 tallen rosé kaketoes zaten daar in de bomen, bovenop zijn volières en in het gras, ze kwamen zelfs tot aan zijn veranda. Het was weer fantastisch wat we hier te zien kregen.

We reden weer voldaan terug na ons motel, waar nog menige uren over gepraat werd bij goed glaasje wijn.

Dag 26 tot 29: Van Grafton via Tweed Heads naar Canungra (Staat Queensland

In de voormiddag nog eens door het Yurayir N.P. langs de kant van het dorp Broomshead gereden, dan verder naar Tweed Heads. In Tweed Heads hebben we het stadspark “Build life park” bezocht. Een prachtig park,   vergelijkbaar met Plankendaal bij Mechelen. Hier waren bijna alle dieren en vogels van het continent te zien.  

Elke dag om 16 uur is er de attractie ”vogels voederen”. Rond half vier gingen daar naar toe en namen rustig plaats op een van de zitbanken. Af en toe zagen we dat lorries van de blauwe bergen neerstreken in de bomen. Naar het vier uur werd kwamen ze al met tientallen aangevlogen, zodat tegen vier uur de bomen boordevol met lorries zaten. Het waren er honderden, zeker meer als duizend, niet te schatten. Om vier uur kwamen de parkwachters en kreeg iedereen een aluminium bord aangeboden. Toen kwamen ze onze borden vullen met lorrie pap, en wat gebeurde er ? op nog geen minuut tijd streken alle lorries vanuit de bomen neer op onze borden.

Echt ongelofelijk.

Daar we niet in de stad wilden overnachten, zijn we dan 30 km verder gereden voor een motel. Daar hadden we een motel aan een brede rivier, zeer rustig en romantisch gelegen

Voor we ’s morgens verder gingen, kregen we nog een uitgebreide barbecue.

Om 8u30 vertrokken we richting Canungra, een dorp gelegen aan de voet van het Lamington Nationaal Park, het regenwoud van Australië.

Daar men niet met de auto van Binna Burra door het N.P. naar O’Reily kon rijden, was Canungra het best centraal gelegen.

Hier een motel opgezocht, maar er was maar 1 plaats voor 2 personen meer vrij. Dat waren problemen. De eigenaar van het motel was zeer gedienstig, hij belde naar andere in de buurt om nog ergens slaapgelegenheid voor ons te vinden, maar helaas, nergens niets meer vrij. Wat nu gedaan. In een aanpaalde eetgelegenheid binnengegaan om iets te nuttigen en bespreken wat we zouden gaan doen. Best was een 40 tal km terug rijden en daar in het dorp iets zoeken.

Na een half uur kwam de motel eigenaar ons opzoeken en zij dat we konden beschikken over een tweede motel. Hij had een reservatie geannuleerd ten gunste van ons. Het probleem was opgelost.

In de namiddag reden we dan naar Binna Burra, waar we een kleine wandeling van ca. 10 km gedaan hebben in het Laminton park. Eucalyptus en gom bomen van wel 100 meter hoog en bijna 2 meter doorsnee. Er was een boom waarvan de stam hol was, wel daar konden we met zijn vieren binnen in. Na de wandeling, rond 17 uur kregen we een stortbui en zijn dan maar terug richting motel gereden.

De volgende dag, maandag, rond 7 uur reden we dan naar O’Reily, langs de andere kant van het Lamington park. Ook hier keken we op. De koningsparkieten en pennanten kwamen aangevlogen terwijl wij rustig op een bank in het park zaten, om voedsel te bedelen.

Ze namen plaats tussen ons op de bank, kwamen zelfs op onze armen en schouders zitten, men kon ze over hun rug strelen. Fantastisch, om nooit te vergeten. Ook konden we de prachtige Bellbird’s, een zwarte vogel met gele vleugels, voorhooft, nek en gele oogring. waarnemen.

 

In de namiddag nog een flinke wandeling gedaan van 15 km door het park.

De volgende morgen, zijn we nog eens terug naar O’Reilly gereden, we konden er niet genoeg van krijgen. Nog een flinke wandeling gedaan en natuurlijk voor de vogels.

Als u Australië bezoekt mag men dit niet links laten liggen. Een echte aanrader.

S’ avonds nog een restaurant binnen, de maag moet ook gevuld worden

Dag 30 – 31 en 32: Van Canungra via St. George naar Toowoomba

Om 6u30 zijn we dan richting St George vertrokken, nog meer het binnenland in (meer wildernis), een rit van 570 km, waar we om 14u30 aankwamen. Het was een klein stadje van een 300 tal huizen, gelegen aan een prachtige brede rivier.

In de namiddag een bezoek aan het stadje en langs de rivier, waar rosé en geelkuif kaketoes zaten. Verder een bezoek aan het golfterrein waar we enkele bleekkoppen en bloedvleugels te zien kregen.

De volgende morgen, rond 7 uur terug naar het golfterrein, toen konden we tientallen bleekkoppen, bloedvleugels, roodruggen en ook barnards zien. In de namiddag, brachten we nog een bezoek aan liefhebber. Deze woonde 64 km buiten het stadje. Na 50 km gereden te hebben, geen enkel huis tegengekomen, moesten we een grindweg op, nog eens 14 km door de wildernis, (hier zagen we de eerste inca kaketoes in de vrije natuur), toen kwamen we aan een poort, waarachter een 20 tal ossen vrij rond liepen. Deze zagen er niet vriendelijk uit. Leo kreeg de eer om de poort te open zodat we konden doorrijden. Na nog eens 1 km waren we eindelijk aan zijn huis. Stel voor dat u hier zo zou leven, 64 km van de bewoonde wereld en de dichts bijzijnde winkel om boodschappen te doen.

Deze had van alle Australische parkieten in de wildkleur, 1 paar zitten.

S’ avonds zijn we dan nog naar het sportpark van een school geweest, hier zagen we weeral honderden rosé kaketoes en vele roodruggen.

 

Wat langer geslapen en nog wat gaan winkelen, zijn we dan vertrokken richting Toowoomba, langs afgelegen wegen met stukken heide, bos en weiden met honderden schapen. Tijdens deze tocht kwamen we de valkparkieten tegen in groepjes van 10 a 15 stuks.

In de late namiddag aangekomen, motel gezocht en aan het motel was een flinke helling waar veel Road-trains (Trucks met 3 tot 4 aanhangwagens, tot 50 meter lang), voorbij kwamen. De moeite om dit te bekijken hoe die op en af de helling rijden. De avond nog verder gezellig doorgebracht met een goede fles wijn.

 

Zaterdag dag 33: Van Toowoomba naar Brisbane.

We hadden de laatste dagen zonnig weer, een temperatuur van 30 °C, en de nachten koelden bijna niet af.

In de voormiddag hadden we nog een afspraak met de heer Les Banks. Deze woonde een 20 km buiten Toowoomba. Een zeer prachtig huis en allerlei soorten parkieten. Van Australische, kaketoes, aratinga’s en amazones en lorries.

Terwijl wij daar aan de koffietafel zaten belde zijn dochter, die in Melbourne woonde, 200 km vandaan, om te vragen of ze die avond niet konden komen babysitten. Dat was voor hun geen enkel probleem. Stel u eens voor dat uw dochter, die 200 km ver woont en u dit vraagt. Daar is dat normaal.

Na de middag zijn we dan doorgereden richting Brisbane. Een 40 tal km voor Brisbane zijn we gestopt in Redcliffs, een stad aan de Pacific Oceaan. Hier zouden we ook nog graag een 2-tal dagen verblijven maar er was geen enkel motel of hotel vrij. Alles volzet.

Hier dan maar een wandeling gemaakt langs het strand en dan verder opzoek naar slaapgelegenheid richting Brisbane. Een 10 tal km voor Brisbane hadden we een hotel gevonden. Hier verbleven we dan onze laatste dagen.

Zondag voormiddag, zijn we dan terug naar Redcliffs gereden. Strand wandelingen gedaan, een bezoek gebracht aan de plaatselijke markt waar we nog wat souvenirs aankochten.

Om 14u.30 verder gereden naar een privé dier- en vogelpark, een 20 km nabij Redcliffs, rond 17 uur zijn we dan terug richting hotel gereden.

De avond nog gezellig doorgebracht aan het zwembad met een goed wijntje. Dat Australiërs vriendelijk mensen zijn mag zeker gezegd worden. Terwijl wij daar rustig lagen te genieten en herinneringen van onze reis ophaalde, kwam er een koppel aan met wijn en vroegen of ze er mochten komen bijzitten, welke direct hun wijn met ons deelden. Wij hebben verder samen nog een gezellige avond gehad.

Maandag onze laatste dag, was het rustdag.

’s Morgens om 7 uur was het al stik heet, de ijzeren leuning aan ons balkon, waar de zon reeds opstond kon men haast niet vast nemen, zo heet stond die reeds. Om 10 uur hadden we al een temperatuur van 38 °C. Een wandeling gemaakt in de stad tot iets na de middag, toen zijn we maar terug richting hotel gegaan, daar hadden we airco, want het was buiten niet te doen.

Dinsdag 6 december : Brisbane richting België

Onze reis zat erop. Alles inpakken en richting luchthaven. Daar moesten we dan ook onze auto inleveren. Om 13u45 gingen we terug de lucht in richting Signapore, een vlucht van 7u40. Van daaruit naar Londen, een vlucht van 14u05 en dan vanuit Londen nog 1u10 tot Zaventem, waar we op woensdag (dag 38) om 10u.40 landen, zodat we rond de klok van 12u30 terug thuis waren.